Voedingsrecht: Hof van Justitie verduidelijkt het gebruik van mineraalrijke biologische landbouwingrediënten in biologische levensmiddelen
Op 22 oktober 2026 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een baanbrekend arrest gewezen in de zaak Lima (C-295/25), waarin het langverwachte verduidelijking biedt over het gebruik van biologische landbouwingrediënten die van nature rijk zijn aan mineralen in biologische levensmiddelen.
Het Hof oordeelde dat biologisch poeder afkomstig van Lithothamnium calcareum (een calciumrijke zeealg) in biologische levensmiddelen mag worden gebruikt met het oog op nutritionele verrijking, omdat het een biologisch landbouwingrediënt vormt en geen „mineraal” dat onderworpen is aan de strikte beperkingen die krachtens de verordening inzake biologische productie gelden voor toegevoegde mineralen.
Belangrijkste aandachtspunten
Biologisch Lithothamnium-poeder is geen „mineraal”
Het Hof bevestigde dat biologisch gecertificeerd Lithothamnium-poeder als een biologisch landbouwingrediënt moet worden aangemerkt en bijgevolg in biologische levensmiddelen mag worden gebruikt als bron van calcium.
Daarbij maakte het Hof een onderscheid met zijn eerdere arrest in de zaak Natumi (C-815/19), dat betrekking had op niet-biologisch Lithothamnium. Het oordeelde dat de bezorgdheid over een mogelijke omzeiling van de strikte regels inzake de toevoeging van mineralen aan biologische levensmiddelen niet aan de orde is wanneer het ingrediënt zelf biologisch gecertificeerd en van agrarische oorsprong is. Het Hof week daarmee af van de conclusie van de advocaat-generaal en verwierp de uitlegging die voordien was opgenomen in de FAQ van de Europese Commissie over de regels inzake biologische productie.
Gevolgen voor de sector van biologische levensmiddelen
Het arrest Lima BV zal naar verwachting gevolgen hebben die veel verder reiken dan Lithothamnium. Uit de redenering van het Hof volgt dat biologische landbouwingrediënten die van nature rijk zijn aan vitaminen, mineralen of andere nutriënten, voor nutritionele doeleinden in biologische levensmiddelen mogen worden gebruikt, op voorwaarde dat het daadwerkelijk om biologische landbouwingrediënten gaat en niet om geïsoleerde mineralen of synthetische bronnen van nutriënten. Dit biedt belangrijke rechtszekerheid voor marktdeelnemers die producten ontwikkelen met van nature nutriëntenrijke ingrediënten afkomstig van algen, planten, vruchten of andere agrarische bronnen.
Meer in het algemeen benadrukte het Hof dat Verordening (EU) 2018/848 niet alleen tot doel heeft de integriteit van de biologische productie te waarborgen, maar ook een divers aanbod van hoogwaardige biologische levensmiddelen te bevorderen. Het verbieden van het gebruik van biologisch gecertificeerde landbouwingrediënten die van nature rijk zijn aan nutriënten, zou paradoxaal genoeg het gebruik van niet-biologische of niet-agrarische alternatieven kunnen aanmoedigen en aldus afbreuk kunnen doen aan de doelstellingen van het regelgevingskader inzake biologische productie.
Conclusie
Dit arrest zal naar verwachting, naast het specifieke geval van Lithothamnium, ook gevolgen hebben voor de uitlegging van de verordening inzake biologische productie wat betreft een brede waaier aan biologische ingrediënten die van nature rijk zijn aan nutriënten. Exploitanten van levensmiddelenbedrijven doen er dan ook goed aan hun bestaande productformuleringen en innovatieprojecten opnieuw te bekijken in het licht van deze belangrijke verduidelijking door het Hof.
Het volledige arrest is hier beschikbaar https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A62025CJ0295.
Heeft u vragen over de gevolgen van deze beslissing voor uw producten of uw compliancebeleid? Neem dan gerust contact op met het Food & Regulatory Team van DALDEWOLF:
- Aude Mahy, Vennoot | ama@daldewolf.com
- Emmanuel van Nuffel, Vennoot | evn@daldewolf.com