NIEUWS
WET RECHTSMIDDELEN
De wet van 16 februari 2017 tot wijziging van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake o...
VENOOTSCHAPSRECHT
Op 22 maart aanstaande zal Patrick De Wolf een seminarie geven voor de ‘KennisAteliers’ met als onderwerp «Points névralgiques en matière de...
CEPINA ARBITRAGEREGLEMENT
Marc Dal (DALDEWOLF) heeft een presentatie gegeven over het CEPINA Arbitragereglement in Londen op een seminar dat gezamenlijk werd georgani...
RECHT VAN MEDEDELING AAN HET PUBLIEK
Sari Depreeuw heeft een artikel gepubliceerd over het recht van mededeling aan het publiek in navolging van het arrest REHA van het HvJ in I...
ATELIERS DE COMPETENCE
Op 23 november aanstaande zal Patrick De Wolf een seminarie geven voor de ‘KennisAteliers’ met als onderwerp «Points névralgiques en matièr...
VERENIGINGEN ZONDER WINSTOOGMERK
Enkele aanbevelingen gericht tot (internationale) verenigingen zonder winstoogmerk inzake het voorkomen van laattijdige betalingen en het ve...
EDITORIAAL

FISCALE ANTIGOON: GEEN TWEE ZONDER DRIE

In een arrest van 10 februari 2017, heeft het Hof van Cassatie de omzetting van haar "Antigoon” rechtspraak, die zij oorspronkelijk had ingevoerd in strafzaken en die tot gevolg heeft dat het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs wordt toegelaten, in fiscale zaken bevestigd.

Het Hof van Cassatie had zich reeds in die zin uitgesproken op 22 mei 2015 (BTW) en op 4 november 2016 (Inkomstenbelasting).

In de nieuwe zaak, werd een rechtzetting van de BTW opgelegd aan een individu met betrekking tot een pleziervaartuig. Hij had aan de FOD Mobiliteit de inschrijving en een vlaggenbrief gevraagd voor zijn boot, die hij ook verkreeg. De FOD Mobiliteit had de ontvangen informatie van de aanvrager aan de FOD Financiën overgemaakt, die dan een BTW-heffing had vastgesteld (op een basis die niet anders bepaald werd in het arrest van het Hof van Cassatie).

De eigenaar van de boot voerde aan dat niets toeliet aan de FOD Mobiliteit om informatie over te maken aan de FOD Financiën. Enerzijds was de FOD Mobiliteit gehouden, als openbaar orgaan, aan een beroepsgeheim/dicretieplicht. Anderzijds, waren de diverse bepalingen die als wettelijke grondslag kunnen dienen voor de mededeling van informatie van een FOD naar een andere, niet van toepassing in dit geval (in ieder geval, niet op het moment van de feiten). Het Hof van Beroep te Antwerpen had deze argumenten aangenomen en de aanslag op basis van deze onrechtmatig verkregen bewijzen, vernietigd.

Bij voorziening van de Belgische Staat, vernietigt het Hof van Cassatie dit arrest: volgens het Hof heeft de rechter zijn beslissing niet naar recht verantwoord door het bewijs dat op die manier werd verkregen uit te sluiten zonder de toelaatbaarheid te toetsen aan de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces.

De redenering van het Hof van Cassatie begint met deze zin die traditioneel is geworden: de fiscale wetgeving bevat geen algemene bepaling die het gebruik verbiedt van onrechtmatig verkregen bewijs. De bezwaren tegen dit opmerkelijk uitgangspunt, bezwaren waarbij wij ons aansluiten, zijn wel gekend. De vraag is niet of er een norm bestaat die de fiscale administratie verbiedt iets te doen, de vraag is eerder of er een bestaat die het toelaat met het oog op de vestiging van een belasting. De belasting is een belemmering in het patrimonium van de belastingplichtige, die slechts wordt toegelaten, zowel op basis van intern recht (artikels 16 en 170 van de Grondwet) als van internationaal recht (nl. art. 1 van het eerste aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, art. 8 van voornoemd Verdrag), indien een wet dit voorschrijft. Indien de belemmering strijdig is met de wet, heeft de belasting simpelweg geen enkele rechtsgrond en dient te worden vernietigd.

De toekomst zal uitwijzen of rechters ten gronde deze bezwaren zullen aannemen, waarbij zij rechtstreeks tegenover de rechtspraak van het Hof van Cassatie zullen staan.

Ondertussen laat de rechtspraak van het Hof toe, hoe betwistbaar ook, om ondanks alles en in zeer specifieke gevallen het onrechtmatig verkregen bewijs te weren. Aldus, het Hof van Beroep te Gent, waarnaar de zaak van de ongelukkige zeiler is verwezen na cassatie, zal moeten beoordelen of de FOD Mobiliteit en Financiën zich niet hebben gedragen "op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat dit gebruik onder alle omstandigheden als ontoelaatbaar moet worden geacht". Terwijl het Hof van Beroep te Antwerpen had vastgesteld dat de FOD Mobiliteit het beroepsgeheim had geschonden. Is dit dan niet een schending van de beginselen van behoorlijk bestuur?